Spelregelbewijs

Een spelregelbewijs voor alle jeugdspelers in Nederland; het maakt voetballers van jongs af aan vertrouwd met de regels en geeft hen meer inzicht in – en begrip voor – beslissingen van de scheidsrechter. Het kennen van de regels zorgt voor een sportiever spel, waarbij het juist toepassen van de regels er ook nog eens voor zorgt dat je als team meer kans maakt om te winnen. Met ingang van het seizoen 2014/’15 zijn spelers geboren in 1998 verplicht het spelregelbewijs te halen. Elk seizoen komt daar een nieuw geboortejaar bij. De invoering van het spelregelbewijs is één van de maatregelen uit het actieplan ‘Tegen geweld, voor sportiviteit’.

Kennen, begrijpen, accepteren en toepassen

Spelen in een team vormt een mooie uitdaging: winnen lukt alléén samen met je teamgenoten. Als alle individuen goed op elkaar zijn ingespeeld krijg je het beste resultaat. Zo simpel is dat toch? Maar er is natuurlijk de tegenpartij die het je moeilijk maakt en sterker nog, exact hetzelfde doel nastreeft: winnen. Dat maakt het spelen van een voetbalwedstrijd zo interessant, vooral ook omdat daarbij tal van spelsituaties ontstaan. Als je weet hoe je met die spelsituaties om moet gaan, kan dat het winnen van de wedstrijd dichterbij komen. Dus gaat het er bij het voetbalspel óók om van de spelregels te hebben én deze vervolgens zowel te begrijpen, te accepteren als uiteindelijk juist toe te passen. Met de invoering van het spelregelbewijs haken we hierop in. Bij het behalen van het spelregelbewijs worden jongeren getoetst over de essentie van het voetbal. Over spelsituaties en -regels die ertoe doen. Rand- en bijzaken, zoals de breedte van de lijnen of het gewicht van de bal, komen dus niet aan bod. De toetsvragen zijn gericht op 20 spelsituaties. Uit onderzoek onder scheidsrechters en coaches is gebleken dat rond deze situaties de meeste discussie kan ontstaan over de uitleg en toepassing van de spelregels. Dat zijn spelsituaties die iedereen herkent zoals buitenspel en hands, het principe van de terugspeelbal en de voordeelregel.

Oefenen en Eindtoets

Op www.voetbalmasterz.nl vinden jongeren de info die zij nodig hebben om in eerste instantie vijf oefenlevels te kunnen doorlopen, om uiteindelijk via de eindtoets het spelregelbewijs in de wacht te slepen. Bij het eerste oefenlevel moeten zij vijf van de tien vragen goed hebben om door te gaan naar level 2. Hierin moeten zes van de tien vragen goed zijn, in level 3 zeven van de tien, in level 4 acht en in level 5 uiteindelijk een aantal van negen. De oefenlevels kunnen zo vaak gemaakt worden als dat zij willen of nodig is om de levels af te sluiten met voldoende goede antwoorden. Dan zijn ze klaar voor de eindtoets. Die bestaat uit twintig vragen, waarvan de score minimaal zestien juiste antwoorden moet zijn. De jongeren hebben drie pogingen om de eindtoets te halen. Als dat om welke reden dan ook niet lukt, kunnen vereniging en lid samen bekijken hoe ze ervoor zorgen dat het lid alsnog slaagt. Het halen van het spelregelbewijs is verplicht voor aanvang van het seizoen, maar door het aanbieden van verschillende oefentoetsen is het voor iedereen mogelijk om het bewijs op tijd te behalen. Zie het als bij een zwemdiploma: iedereen die deelneemt, zal uiteindelijk slagen.

Vragen?

Heb je vragen over het spelregelbewijs? Kijk dan snel op voetbalmasterz.nl of mail naar spelregelbewijs@knvb.nl

Lees hier hoe het spelregelbewijs aangevraagd kan worden in Sportlink